1. Wat is de Belgische Alleenverkoopwet?
België kent sinds 1961 een bijzondere regeling voor distributieovereenkomsten: de Alleenverkoopwet, thans opgenomen in de artikelen X.35 e.v. van het Wetboek van Economisch Recht (WER). Deze wet is van dwingend recht en biedt Belgische distributeurs een verregaande bescherming bij de beëindiging van hun samenwerking met een producent of leverancier.
De wet is van toepassing op:
- Exclusieve of quasi-exclusieve distributieovereenkomsten;
- Distributieovereenkomsten met zware contractuele verplichtingen voor de distributeur, zoals het aanhouden van voorraad, het voeren van publiciteit of het behalen van verkoopdoelstellingen.
2. Welke bescherming biedt de Alleenverkoopwet?
Bij een eenzijdige beëindiging door de producent of leverancier (behoudens grove fout van de distributeur) kan de distributeur aanspraak maken op:
- Een redelijke opzegtermijn, die volgens rechtspraak kan oplopen tot 36 maanden;
- Een cliënteelvergoeding, vaak berekend op basis van 3 tot 18 maanden brutowinst;
- Rouwgeld voor personeel dat moet worden ontslagen omwille van het verlies van de distirbutieovereenkomst;
- Een vergoeding voor investeringen die voordelen opleveren voor de leverancier of producent na beëindiging (bv. recente marketing- en publiciteitscampagnes).
3. Waarom bestaat deze bescherming?
De wetgever heeft in 1961 de Alleenverkoopwet ingevoerd om een economisch evenwicht te creëren tussen producent en distributeur. Het uitgangspunt is dat een distributeur vaak substantiële investeringen moet doen om een merk op de markt te brengen, zoals:
- het opzetten van een verkoopsorganisatie (personeel, logistiek, voorraadbeheer);
- het voeren van marketing- en promotiecampagnes;
- het aangaan van contractuele verplichtingen zoals minimumafnames of exclusiviteit.
Deze investeringen gebeuren in het belang van de producent, die daardoor kosten uitspaart en zijn producten via een lokaal netwerk kan afzetten zonder zelf een distributiestructuur op te bouwen.
Indien de distributeur geen wettelijke bescherming geniet, kan de producent of leverancier de distributieovereenkomst met een korte opzegtermijn beëindigen en kan de distributeur zijn investeringen niet recupereren en verliest hij opgebouwde goodwill zonder enige compensatie.
4. Waarom is het Tout Bien-vonnis relevant?
De rechter erkende In de zaak Alcobrands / Tout Bien wel het bestaan van een mondelinge distributieovereenkomst, maar vond geen bewijs van exclusiviteit. Daardoor viel de zaak buiten het toepassingsgebied van de Alleenverkoopwet. Daarom werd een opzeg van 3 maanden voldoende geacht.
Dit toont aan dat de kwalificatie van uw contract cruciaal is: een mondelinge afspraak of een onduidelijk contractueel kader kan grote gevolgen hebben.
5. Wat betekent dit voor uw onderneming?
Leveranciers en producenten dienen alert te zijn bij het contracteren met distributeurs. Een exclusieve distributieovereenkomst kan u verplichten tot lange opzegtermijnen en hoge vergoedingen.
Distributeurs moet ervoor zorgen dat hun contractuele positie bij aanvang van de samenwerking duidelijk is. Alleen dan kunnen zij rekenen op de bescherming van de Alleenverkoopwet.
6. Onze expertise
Als advocaten gespecialiseerd in distributierecht helpen wij ondernemingen bij:
- Het opstellen en onderhandelen van distributieovereenkomsten;
- Het beoordelen van risico’s bij beëindiging;
- Het voeren van procedures en onderhandelingen over opzegtermijnen en vergoedingen.
De zaak Tout Bien / Alcobrands toont hoe belangrijk het is om uw distributiecontracten juridisch waterdicht te maken. Wilt u weten of uw distributieovereenkomst onder de Alleenverkoopwet valt? Neem contact op met ons op voor een preventieve analyse.