Het fiscaal regime
Overeenkomstig art. 17, §1, 5° WIB92 zijn inkomsten die worden verkregen n.a.v. de overdracht of het in licentie geven van auteursrechten belastbaar als roerende inkomsten. Sinds de hervorming van 2022 gelden volgende voorwaarden:
- De inkomsten moeten zijn verkregen uit de overdracht of de verlening van een licentie door de oorspronkelijke rechthebbende, zijn erfgenamen of legatarissen, van auteursrechten en naburige rechten, alsook van de wettelijke en verplichte licenties die bij wet zijn geregeld, bedoeld in boek XI, titel 5 van het WER (of analoge bepalingen van buitenlands recht);
- die betrekking hebben op originele werken van letterkunde of kunst zoals bedoeld in artikel XI.165 van het Wetboek van economisch recht of op prestaties van uitvoerende kunstenaars zoals bedoeld in artikel XI.205 van hetzelfde Wetboek;
- met het oog op de exploitatie of het daadwerkelijk gebruik van deze rechten, behalve in het geval van een gebeurtenis veroorzaakt buiten de wil van de overeenkomst sluitende partijen, overeenkomstig de eerlijke beroepsgebruiken, door de verkrijger, de licentiehouder of een derde;
- op voorwaarde dat de voormelde oorspronkelijke rechthebbende beschikt over een kunstwerkattest (…); of
- bij gebrek daaraan, dat de rechthebbende in het kader van de overdracht of de verlening van een licentie in overeenstemming met de eerste drie streepjes deze rechten overdraagt of in licentie geeft aan een derde voor mededeling aan het publiek, voor openbare uitvoering of opvoering, of voor reproductie.
Met deze hervorming wou men het regime terug naar het oorspronkelijke doel brengen, met name een fiscaal gunstregime voorzien voor artiesten en kunstenaars die een wisselvallig en onzeker inkomen kennen.
Software is ook auteursrechtelijk beschermd, maar valt onder boek XI, titel 6 WER. Dergelijke rechten vallen dus niet in het toepassingsgebied van het fiscaal regime (evenmin als databanken, die onder titel 7 vallen). Deze uitsluiting heeft al tot procedures tot voor het Grondwettelijk Hof geleid, maar deze heeft de uitsluiting gebillijkt (Grondwettelijk Hof 16 mei 2024, 52/2024).
Bovendien gelden ook nog specifieke grenzen m.b.t. de vergoedingen die worden toegekend. Immers, als de auteursrechtelijk beschermde werken ook worden gebruikt voor de beroepsactiviteit, kan de fiscus deze belasten als beroepsinkomsten als zij bepaalde grenzen overschrijden. Zo gelden de volgende beperkingen m.b.t. deze vergoedingen:
- het vermoeden dat de vergoedingen kwalificeren als roerende inkomsten geldt enkel voor de eerste schijf van 37.500 EUR (te indexeren – 75.360 EUR voor aanslagjaar 2026)
- de vergoedingen mogen niet meer bedragen dan 30% van de totale vergoeding als er ook prestaties geleverd worden
- het gemiddelde inkomen uit auteursrechten mag tijdens de 4 vorige belastbare tijdperken niet hoger zijn dat het absolute maximumplafond van 37.500 EUR (opnieuw te indexeren).
Deze inkomsten worden belast aan 15%, met een gunstige kostenaftrek (forfaitaire kostenaftrek van 50%/25%). Al zal deze kostenaftrek nog wel sneuvelen (tenzij men over een kunstwerkattest beschikt). Dit is overeengekomen in het laatste begrotingsakkoord.
De wetswijziging
De huidige regeling houdt in dat bepaalde IT-profielen wel al kunnen genieten van het fiscaal regime, terwijl de softwareontwikkelaars uitgesloten zijn. Denk bijvoorbeeld aan een gamedesigner (zie bijv. ruling 2024.0599 van 22 oktober 2024 of ruling 2025.0088 van 25 maart 2025).
Via het wetsontwerp tot hervorming van de personenbelasting wordt software opnieuw binnen het toepassingsgebied van het fiscaal regime gebracht. Meer bepaald voorziet het ontwerp dat:
- ook de inkomsten verkregen n.a.v. de overdracht of het verlenen van een licentie m.b.t. auteursrechten bedoeld in boek XI, titel 6 WER in aanmerking komen;
- de auteursrechten betrekking moeten hebben op computerprogramma’s zoals bedoeld in artikelen XI.294 en XI.295 WER.
Dit zijn de computerprogramma’s, inclusief het voorbereidend materiaal (zoals bijv. mock-ups of flowcharts – art. XI.294 WER). Zij genieten auteursrechtelijke bescherming als ze oorspronkelijk zijn, met name een eigen intellectuele schepping van de auteur vormen (art. XI.295 WER).
Mededeling aan het publiek blijft een vereiste?
De overige voorwaarden wijzigen niet. Dit betekent dat de auteursrechten nog steeds moeten worden overgedragen “voor mededeling aan het publiek, voor openbare uitvoering of opvoering, of voor reproductie”.
Reproductie houdt in dat het auteursrechtelijk beschermd werk wordt gekopieerd of opnieuw wordt vastgelegd. Dit kan ook digitaal zijn. Voor software zal er in principe snel sprake zijn van reproductie. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de broncode wordt gekopieerd, maar ook wanneer software wordt gedownload of gedupliceerd op servers.
De minister van Financiën verduidelijkte evenwel dat de voorwaarde van “reproductie” moet samen gelezen worden met de voorwaarde van mededeling aan het publiek (Parl.St. Kamer 2022–2023, nr. 55-3015/014). Dit zou betekenen dat er ook voor reproductie een mededeling moet zijn aan het publiek. Deze interpretatie is wel voor kritiek vatbaar.
Deze voorwaarde kan tot moeilijkheden in de praktijk leiden. Stel dat software specifiek voor een bepaalde klant wordt geschreven of voor interne toepassingen. Is er dan mededeling aan een publiek? Dit moet nog worden verduidelijkt.
Wisselvallige inkomsten?
De Raad van State stelde in het advies overigens de noodzaak van deze wetswijziging ter discussie. Zo merkte de Raad op dat de hervorming van het regime destijds in 2022 tot doel had om terug te keren naar de oorspronkelijke doelstelling van het fiscaal regime, met name een passend fiscaal regime voorzien voor kunstenaars en artiesten die op een onzekere en wisselvallige manier inkomsten verkrijgen uit hun artistieke activiteiten. Deze doelstelling billijkte volgens het Grondwettelijk Hof overigens ook de uitsluiting van ontwikkelaars van computerprogramma’s van het fiscaal regime (Grondwettelijk Hof 16 mei 2024, 52/2024, B.11).
Doordat deze beroepsgroep nu toch binnen het toepassingsgebied wordt gebracht, zou men afbreuk kunnen doen aan de initiële doelstelling van het fiscaal regime. Dit brengt de Raad van State tot de bedenking dat “het twijfelachtig [oogt] of de ontworpen uitbreiding van het fiscale gunstregime voor inkomsten uit auteursrechten verenigbaar kan worden geacht met het fiscale gelijkheidsbeginsel”.
In het ontwerp van memorie van toelichting wordt benadrukt dat er momenteel ook al heel wat andere beroepsgroepen zijn die evenmin onregelmatige inkomsten ontvangen, maar toch ook van het fiscaal regime kunnen genieten. En het is dit onderscheid dat de regering nu wenst weg te werken. De regering ziet op dit punt dus geen probleem.
Sociale zekerheid?
Onder het huidige regime kunnen de vergoedingen die worden toegekend, vrijgesteld worden van sociale zekerheidsbijdragen op grond van het KB van 7 april 2023. Maar dit KB verwijst nog naar de overdracht van auteursrechten zoals bedoeld in titel XI, boek 5 WER. Opdat de vergoedingen voor softwareontwikkelaars ook vrijgesteld zouden zijn van sociale zekerheidsbijdragen zal dit KB ook nog aangepast moeten worden.
Daarenboven mag de toekenning van auteursrechten geen loonconversie inhouden opdat de vergoedingen zouden vrijgesteld zijn van sociale zekerheidsbijdragen.
Inwerkingtreding
Volgens het ontwerp zal het nieuwe regime in werking treden op 1 januari 2026.
Maar er zijn nog wel enkele onduidelijkheden die moeten worden uitgeklaard. Voor belastingplichtigen die de intentie hebben om dit regime toe te passen, is het aangewezen om duidelijk de kwalificerende werken te identificeren en de creatieve tijdsbesteding te bepalen.
Heeft u vragen over het fiscaal regime voor auteursrechten? Aarzel niet om Luk Cassimon (luk.cassimon@monardlaw.be) of uw contactpersoon bij Monard Law te contacteren!