Een Europees initiatief
Met het KB van 19 december 2025 heeft België Richtlijn (EU) 2023/2668 betreffende de bescherming van werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan asbest op het werk omgezet. Hoewel het KB pas gepubliceerd werd op 30 december 2025, trad het retroactief in werking op 22 december Op deze manier werd tegemoetgekomen aan de Europese implementatiedeadline van 21 december 2025.
Ter ondersteuning van deze nieuwe regelgeving heeft de Europese Commissie ook bijkomende richtsnoeren gepubliceerd: Guidelines for managing asbestos related health and safety risks at work .
Wat wijzigt er?
Het KB wijzigt verschillende bepalingen in Boek VI van de Codex Welzijn op het Werk. De belangrijkste wijzigingen zijn:
- De beroepsblootstellingsgrenswaarde voor asbest wordt stapsgewijs aanzienlijk verlaagd en er wordt een nieuwe, meer performante meettechniek ingevoerd.
- De verplichtingen rond de asbestinventaris worden verstrengd.
- De opleidings- en erkenningsvereisten worden verder aangescherpt.
- Er wordt ingezet op een administratieve vereenvoudiging door het beschikbaar stellen van bepaalde modellen en formulieren op de website van de FOD WASO.
- Er komt een nieuw hoofdstuk ‘Aanpassing aan de stand van de techniek’, zodat nieuwe werkwijzen sneller kunnen worden ingevoerd wanneer die een betere of gelijkwaardige bescherming van werknemers bieden.
Het opmaken, actualiseren en uitbreiden van de asbestinventaris
Voor de meeste bedrijven zullen vooral de nieuwe verplichtingen inzake de asbestinventaris merkbaar zijn. Sinds de inwerkingtreding van het KB is elke werkgever verplicht om over een asbestinventaris te beschikken waarin al het aanwezige asbest en alle asbesthoudende materialen correct zijn opgenomen.
Nieuw is dat deze inventaris verplicht jaarlijks moet worden geactualiseerd via een visuele beoordeling van de toestand van het asbesthoudend materiaal. Daarnaast is een actualisering vereist na elke gebeurtenis die de toestand van het materiaal kan wijzigen of bij ontdekking van asbesthoudend materiaal dat nog niet in de inventaris was opgenomen.
Vóór de start van werkzaamheden die kunnen leiden tot blootstelling aan asbest moet de inventaris bovendien worden uitgebreid met gegevens over de aanwezigheid van asbest in moeilijk bereikbare delen van gebouwen, machines en installaties.
Het opmaken of uitbreiden van de asbestinventaris moet gebeuren door een erkende asbestexpert. Voor de jaarlijkse actualisering is dat niet vereist. Er gelden strengere eisen wie kwalificeert als een expert. Een interne inventaris blijft evenwel mogelijk, op voorwaarde dat de interne verantwoordelijke onder één van de wettelijke categorieën valt.
De inventaris moet worden opgesteld volgens het model van de FOD WASO. Bestaande inventarissen, die vóór de inwerkingtreding van de nieuwe regels werden opgesteld, blijven geldig.
Er wordt bovendien een pragmatische benadering gehanteerd. Voor gebouwen die na 2001 zijn gebouwd, volstaat doorgaans een correcte vermelding van het bouwjaar om aan te tonen dat geen asbesthoudende materialen werden gebruikt. Indien er ook geen asbestverdachte arbeidsmiddelen of objecten aanwezig zijn, zijn geen verdere acties vereist.
Voorrang voor verwijdering
De nieuwe regelgeving bepaalt uitdrukkelijk dat de verwijdering van asbesthoudende materialen voorrang krijgt. Andere maatregelen, zoals fixatie of inkapseling, zijn sinds de nieuwe regelgeving enkel nog toegestaan onder strikte voorwaarden:
- de maatregelen zijn tijdelijk;
- een risicoanalyse toont aan dat de maatregelen veiliger zijn en;
- de maatregelen bemoeilijken de latere verwijdering niet.
De Algemene Directie Toezicht Welzijn op het Werk gaf reeds aan rekening te zullen houden met een overgangsperiode, waarin inspecteurs veeleer begeleidend dan sanctionerend zullen optreden. Toch is het aangewezen om proactief te handelen en een asbestinventaris op te maken en/of te actualiseren.