EPC-verplichting: nieuwe regelgeving voor grote niet-residentiële eenheden vanaf 1 januari 2026

Volgens de Europese Commissie zijn gebouwen in de EU goed voor 40% van ons energieverbruik en voor 36% van de uitstoot van broeikasgassen. Via verschillende Europese richtlijnen voor de energieprestatie van gebouwen heeft de Europese Commissie dan ook regels vastgelegd om de energieprestatie van gebouwen te verbeteren, met als ultieme doel om tegen 2050 alle gebouwen in de EU volledig emissievrij te maken.

Om deze richtlijnen om te zetten en om voornoemd doel te bereiken, heeft Vlaanderen in het kader van het Vlaams Energie-en Klimaatplan, o.a. het EPC ingevoerd.

1. Pro memorie

Het begrip energieprestatiecertificaat, kortweg EPC, drukt de energetische kwaliteit van een gebouweenheid uit aan de hand van een energiescore (A+, A, B, C, D, E en F). De verplichting tot opmaak van een EPC werd in Vlaanderen voor het eerst ingevoerd in 2008 voor residentiële gebouweenheden. Eerst voor verkoop en snel erna ook voor de verhuur ervan.

Sindsdien heeft de EPC-regelgeving niet stilgestaan en werd er o.a. in 2023 ook het EPC Niet Residentieel (EPC NR) ingevoerd, hetgeen opgemaakt dient te worden voor alle niet-residentiële gebouweenheden bij verkoop, vestiging van een erfpacht of opstalrecht of bij het afsluiten van een nieuw huurcontract.

Niet-residentiële gebouweenheden zijn alle gebouweenheden behalve woongebouwen, industriegebouwen en landbouwgebouwen.

2. Invoering van “permanente” EPC-verplichting

Sinds 1 januari 2025 moet elke grote niet-residentiële gebouweenheid in Vlaanderen met een bruikbare vloeroppervlakte groter dan of gelijk aan 1000 m² over een geldig EPC NR beschikken, ongeacht verkoop (of andere overdrachten) of verhuur ervan.

Hiermee werd de zogenaamde “permanente” EPC-verplichting ingevoerd voor grote niet-residentiële gebouweenheden.

Op te merken valt dat deze permanente EPC-verplichting enkel geldt voor grote niet-residentiële eenheden: dit zijn niet-residentiële eenheden die geen kleine niet-residentiële eenheid vormen. Een kleine niet-residentiële eenheid is op haar beurt een gebouweenheid met een niet-residentiële hoofdbestemming met een bruikbare vloeroppervlakte die niet groter dan 500 m2 is en waarbij het aaneengesloten geheel van niet-residentiële gebouweenheden binnen hetzelfde gebouw waarvan de gebouweenheid deel uitmaakt, een bruikbare vloeroppervlakte heeft die niet groter dan 1000 m2 is en geen niet-residentiële eenheid bevat die groter dan 500 m2 is.

Ook dient in acht te worden genomen dat een EPC NR maximaal 5 jaar geldig is. Om aan de permanente EPC-verplichting te voldoen dient aldus op systematische wijze het EPC NR te worden geupdated.

Om te voorkomen dat men voor gebouwen die gesloopt worden een (nieuw) EPC NR moet laten opmaken ingevolge voornoemde permanente EPC-verplichting, voorziet de Vlaamse overheid in een uitzondering voor niet-residentiële gebouweenheden waarvoor een sloopvergunning werd uitgereikt, mits dergelijke sloopwerken tijdig worden aangevat en het verzoek tot uitzondering tijdig bij VEKA wordt gemeld.

3. Nieuw vanaf 1 januari 2026

Vanaf 1 januari 2026 wordt voornoemde permanente EPC-verplichting uitgebreid en moet elke grote niet-residentiële gebouweenheid, ook deze met een bruikbare vloeroppervlakte kleiner dan 1000 m², over een EPC NR beschikken, ongeacht verkoop (en andere overdrachten) of verhuur ervan.

4. Minimale labelplicht (label E) vanaf 2030

De volgende stap in de EPC NR-regelgeving zal zijn dat elke grote niet-residentiële eenheid vanaf 1 januari 2030 altijd over een geldig EPC NR beschikt waaruit blijkt dat minimaal een label E behaald wordt. Aldus wordt de permanente EPC-verplichting aangevuld een minimale labelplicht.

Relevante wetgeving:

Artikel 9.2.6 Energiebesluit
Artikel 9.2.6/2. Energiebesluit
Artikel 9.2.6/3. Energiebesluit

Dit artikel werd geschreven door

Op zoek naar advies rond een bepaald onderwerp?

We begeleiden je naar de juiste persoon of team.