De Europese Verpakkingsverordening: nieuwe verplichtingen voor distributie in een circulaire economie

De Europese wetgever zet een volgende stap richting een duurzamere interne markt met de de nieuwe Verordening (EU) 2025/40 inzake verpakkingen en verpakkingsafval (“Packaging and Packaging Waste Regulation” of “PPWR”). Waar eerdere richtlijnen ruimte lieten voor nationale interpretaties, kiest Europa nu nadrukkelijk voor een rechtstreeks toepasselijke verordening. Dat heeft verregaande gevolgen voor alle schakels in de distributieketen: van producent tot importeur, van groothandelaar tot retailer.

Voor ondernemingen betekent dit niet alleen bijkomende verplichtingen, maar ook nieuwe strategische keuzes. In dit artikel lichten wij toe wat u moet weten en waar de juridische aandachtspunten liggen.

 

Het artikel verscheen op 21 mei 2026 op de website van IBJ.

1.     Van Richtlijn naar Verordening

De Europese Verpakkingsverordening werd aangenomen op 19 december 2024 en trad in werking op 11 februari 2025. Anders dan de vroegere Verpakkingsrichtlijn is de PPWR rechtstreeks van toepassing in alle EU-lidstaten. Daarmee wil de Europese wetgever versnippering tussen nationale systemen vermijden en een gelijk speelveld creëren binnen de interne markt.

De doelstellingen van de PPWR zijn ambitieus en kaderen in de transitie naar een circulaire economie. Concreet richt de Verordening zich op:

– het verminderen van verpakkingsafval en onnodige verpakking;
– het bevorderen van hergebruik, hervulling en recyclage;
– het verhogen van het gebruik van gerecycleerde materialen;
– de harmonisering van etiketterings- en rapporteringsvereisten.

De Verordening geldt voor alle verpakkingen en verpakkingsafval, ongeacht het gebruikte materiaal of de sector waarin de verpakking wordt gebruikt.

 

2.     Elke speler in de distributieketen is verantwoordelijk

(artikelen 15 – 23 PPWR)

De PPWR introduceert een ketenbrede verantwoordelijkheid. Niet alleen klassieke verpakkingsproducenten vallen onder de regelgeving, maar alle marktdeelnemers die betrokken zijn bij het op de markt brengen en distribueren van verpakte producten.

 

2.1. Primaire compliance-verantwoordelijkheid van de producent

De producent – waaronder begrepen zowel de fabrikant van de verpakking als de onderneming die een verpakt product onder eigen naam op de markt brengt – draagt de primaire verantwoordelijkheid voor de conformiteit van de verpakking met de PPWR. Dit impliceert dat de producent moet waarborgen dat:

  •  de verpakking voldoet aan de duurzaamheidsvereisten (bv. beperking van zorgwekkende stoffen, recycleerbaarheid, minimum gerecycleerde content);
  • de verpakking correct wordt ontworpen (“design for recycling”) en voldoet aan toekomstige recyclageklassen;
  • de nodige technische documentatie en conformiteitsbeoordelingen beschikbaar zijn;
  • de verpakking correct wordt geëtiketteerd volgens de geharmoniseerde regels;
  • de vereiste data en rapportering beschikbaar zijn in het kader van EPR-verplichtingen.

De producent is dus de centrale actor die de materiële conformiteit van de verpakking moet garanderen over de volledige levenscyclus.

 

2.2. Controle- en zorgplicht van de distributeur

De PPWR legt de distributeur een eigen zorg- en controleplicht op voordat hij een product op de markt aanbiedt. Concreet moet de distributeur nagaan of:

  • de verpakking voorzien is van de vereiste etikettering en informatie;
  • de producent zijn verplichtingen zichtbaar heeft nageleefd (bv. aanwezigheid van conformiteitsdocumentatie waar vereist);
  • hij geen producten verdeelt waarvan hij weet of redelijkerwijze moet vermoeden dat zij niet conform zijn.

Wanneer een distributeur vaststelt dat een verpakking niet voldoet, rust op hem een verplichting om het product niet verder te distribueren of corrigerende maatregelen te nemen, in voorkomend geval in samenwerking met de producent.

Deze verplichtingen verschuiven het klassieke beeld van de “passieve” distributeur naar een actieve schakel met eigen verantwoordelijkheden. Juridisch vertaalt zich dat in een verhoogd aansprakelijkheidsrisico.

 

3.     Nieuwe duurzaamheidseisen

3.1. Beperkingen op “zorgwekkende” stoffen

(artikel 5 PPWR)

Verpakkingen die in de handel worden gebracht, moeten zodanig vervaardigd worden dat de aanwezigheid en concentratie van zorgwekkende stoffen als bestanddelen van het verpakkingsmateriaal of van verpakkingsonderdelen tot een minimum worden beperkt.

Vanaf 12 augustus 2026 geldt o.m. een beperking op PFAS (“forever chemicals”) in voedselcontactverpakkingen boven bepaalde concentratiedrempels. Deze verplichting sluit aan bij de bredere Europese tendens om PFAS stelselmatig uit de markt te bannen.

Ondernemingen die gebruikmaken van coatings, barrièrematerialen of vetwerende verpakkingen doen er goed aan hun materiaalgebruik tijdig te evalueren.

 

3.2. Recycleerbaarheid wordt de norm

(artikel 6 PPWR)

Alle verpakkingen die in de handel worden gebracht, moeten recycleerbaar zijn. Vanaf 2030 zijn alleen verpakkingen toegestaan met recyclageklasse A (minimaal 95% recycleerbaar), B (minimaal 80%) of C (minimaal 70%). Vanaf 2038 valt categorie C af.

Voor ondernemingen betekent dit dat verpakkingsdesign en materiaalkeuzes steeds meer vanuit een “design for recycling”-perspectief moeten worden bekeken.

 

3.3. Minimumgehalte gerecycleerd materiaal

(artikel 7 PPWR)

De Verordening legt ook verplichte minimumpercentages gerecycleerd materiaal op voor kunststofverpakkingen.

De concrete percentages verschillen naargelang het type verpakking en zullen nog verder uitgewerkt worden door de Europese Commissie. De eerste drempels gelden vanaf 1 januari 2030. Strengere normen volgen vanaf 2040.

Bepaalde verpakkingen worden uitgesloten van deze verplichtingen, waaronder verpakkingen voor medische hulpmiddelen, bepaalde farmaceutische verpakkingen en verpakkingen voor gevaarlijke goederen.

Ondernemingen zullen daarom niet alleen hun eigen verpakkingsstromen moeten analyseren, maar ook hun leveranciersketen grondig moeten screenen op beschikbaarheid en traceerbaarheid van gerecycleerde materialen.

 

4.     Nieuwe etiketteringsverplichtingen

(artikelen 12 – 14 PPWR)

De Europese Commissie wil komaf maken met de huidige versnipperde etiketteringssystemen. Vanaf ten vroegste 12 augustus 2028 zullen verpakkingen voorzien moeten zijn van geharmoniseerde etiketten die consumenten informeren over de materiaalsamenstelling, de correcte sorteermethode en de eventuele herbruikbaarheid of recycleerbaarheid. De concrete vormgeving van deze etiketten wordt nog verder uitgewerkt door de Europese Commissie.

Ondernemingen zullen hun verpakkingscommunicatie en productlabels tijdig moeten aanpassen.

 

5.     Verplichtingen om verpakking en verpakkingsafval te verminderen

5.1. Verpakkingsminimalisatie en de 50%-regel voor lege ruimte

(artikelen 10 en 24 PPWR)

Vanaf 1 januari 2030 moeten verpakkingen qua gewicht en volume beperkt blijven tot wat strikt noodzakelijk is om hun functie te vervullen. De Europese wetgever viseert hiermee onder meer overmatige marketingverpakkingen en inefficiënte e-commerceverpakkingen.

Voor verzamelverpakkingen, verzendverpakkingen en e-commerceverpakkingen mag de lege ruimte vanaf 1 januari 2030 niet meer bedragen dan 50% van het totale verpakkingsvolume. Vulmateriaal zoals papiersnippers, luchtkussens of noppenfoliekan worden als “lege ruimte” beschouwd.

Voor veel ondernemingen in de retail- en e-commercesector zal dit aanleiding geven tot een grondige herevaluatie van hun logistieke processen en verpakkingsformaten.

 

5.2. Verbod op bepaalde wegwerpverpakkingen

(artikel 25 PPWR)

De PPWR verbiedt vanaf 2030 een reeks verpakkingsformaten voor eenmalig gebruik. Het gaat o.m. om multipacks van plastiek, plastieken bakjes en zakjes voor verse groenten en fruit onder 1,5 kg; plastieken wegwerpservies bij consumptie ter plaatse (horeca), wegwerpflesjes in hotelkamers en zeer lichte plastieken supermarktzakjes.

 

5.3. Hergebruik en hervulling staan centraal

(artikelen 11, 26 – 33 PPWR)

De PPWR zet sterk in op herbruikbare verpakkingen en hervulsystemen. Verpakkingen worden slechts als herbruikbaar beschouwd indien zij ontworpen zijn voor meerdere rotaties, zonder kwaliteitsverlies opnieuw kunnen worden gebruikt en voldoen aan specifieke veiligheids- en hygiënevereisten.

Bepaalde sectoren zullen concrete hergebruik- en hervuldoelstellingen moeten behalen. Zo moet tegen 2030 minstens 10% van bepaalde alcoholische en niet-alcoholische dranken aangeboden worden in herbruikbare verpakkingen. Tegen 2040 stijgt dat streefcijfer naar 40%.

Micro-ondernemingen en ondernemingen die slechts beperkte hoeveelheden verpakkingen op de markt brengen, genieten in bepaalde gevallen van uitzonderingen.

Voor ondernemingen betekent dit mogelijk aanzienlijke investeringen in retoursystemen, logistieke processen en reinigingsinfrastructuur.

 

6.     Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid

(artikelen 44 – 47 PPWR)

De uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (“Extended Producer Responsibility” of EPR) is een principe dat producenten financieel verantwoordelijk maakt voor het afval van hun eigen verpakkingen. Als producenten verpakte producten op de markt brengt, betalen zij mee aan de inzameling, sortering en recyclage daarvan.

Hoewel dit systeem al sinds de jaren 90 bestaat waarbij elke lidstaat zelf de invulling koos van dit systeem (Fostplus in België), introduceert de PPWR nu een uniforme EPR. Producenten zullen financieel verantwoordelijk blijven voor de volledige levenscyclus van hun verpakkingen, inclusief de inzameling, sortering, recyclage en afvalbeheer. De financiële bijdragen zullen bovendien gemoduleerd worden op basis van criteria zoals recycleerbaarheid, herbruikbaarheid, aanwezigheid van gerecycleerd materiaal en aanwezigheid van zorgwekkende stoffen.

Verpakkingen die minder duurzaam zijn, zullen dus aanleiding geven tot hogere bijdragen.

Voor ondernemingen wordt het aldus essentieel om duidelijke interne datastromen en rapporteringsmechanismen op te zetten.

 

7.     Belangrijke compliance deadlines

  • 12 augustus 2026: algemene toepassing van de PPWR en invoering van PFAS-beperkingen, recycleerbare verpakkingen;
  • 12 augustus 2028: invoering geharmoniseerde etiketteringsverplichtingen;
  • 1 januari 2030: minimumnormen gerecycleerd materiaal, verpakkingen met recyclageklassen A, B en C; beperkingen op wegwerpverpakkingen en verpakkingsminimalisatie;
  • 1 januari 2038: enkel verpakkingen met recyclageklasse A of B.

 

8.     Wat kunnen ondernemingen vandaag al doen?

Hoewel verschillende uitvoeringsmaatregelen nog moeten worden uitgewerkt, is het duidelijk dat ondernemingen zich nu reeds moeten voorbereiden.

a)    Identificeer uw rol in de keten

De concrete verplichtingen verschillen naargelang een onderneming optreedt als producent, importeur, distributeur of fulfilmentdienstverlener. Een correcte kwalificatie is essentieel.

b)    Voer een verpakkingsaudit uit

Breng alle verpakkingen die op de markt worden gebracht in kaart en analyseer:

  • gebruikte materialen;
  • recycleerbaarheid;
  • aanwezigheid van gerecycleerd materiaal;
  • PFAS- en andere chemische risico’s;
  • verpakkingsvolumes;
  • etikettering;
  • EPR-verplichtingen.

c)     Herbekijk uw contracten en supply chains

Ondernemingen zullen contractueel meer garanties moeten verkrijgen van leveranciers over materiaalcompliance, traceerbaarheid en rapportering.

d)    Bereid EPR-rapportering voor

Databeheer wordt cruciaal. Ondernemingen zullen betrouwbare gegevens moeten verzamelen over materiaaltypes, gewichten, recyclageprestaties en marktintroducties in verschillende lidstaten.

e)    Volg de uitvoeringsmaatregelen op

De Europese Commissie werkt momenteel nog aan bijkomende technische regels rond recyclagecriteria, etikettering, berekeningsmethodologieën, registratie- en rapporteringssystemen. Deze maatregelen zullen de praktische impact van de Verordening verder concretiseren.

Op 30 maart 2026 heeft de Europese Commissie richtsnoeren en veelgestelde vragen (FAQ’s) gepubliceerd die een nuttige verduidelijking zijn van bepaalde aspecten en toepassingen van de PPWR.

 

9.     Sancties en handhaving

De PPWR verplicht de lidstaten om doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties in te voeren voor inbreuken op de Verordening tegen uiterlijk 12 februari 2027. Hoewel de concrete Belgische handhavingsmechanismen nog moeten worden uitgewerkt, valt te verwachten dat ondernemingen rekening zullen moeten houden met administratieve sancties, mogelijke verkoopverboden, verplichte corrigerende maatregelen of terugroepacties, evenals reputatie- en aansprakelijkheidsrisico’s.

Dit artikel werd geschreven door

Op zoek naar advies rond een bepaald onderwerp?

We begeleiden je naar de juiste persoon of team.