Liquiditeit in een context van onmiddellijke insolventie
De pre-packprocedure beoogt een discrete voorbereiding van het faillissement met het oog op een snelle overdracht na de faillietverklaring. Het instrument is gericht op het maximaliseren van de going-concern waarde.
De onderneming bevindt zich echter (virtueel) reeds in staat van faillissement maar geniet geen opschorting van betaling. Historisch opgebouwde schulden zijn en blijven dus opeisbaar, terwijl er een acute liquiditeitsdroogte de onderneming parten speelt.
Bijkomend krediet is in deze fase dus essentieel om de activiteiten up and running te houden en vooral tijd te kopen die nodig is om een bedrijfsovername voor te bereiden
Voor kredietverstrekkers en kandidaat-overnemers stelt zich daarbij een fundamentele vraag: hoe wordt een dergelijke financiële ondersteuning behandeld indien nadien het faillissement wordt uitgesproken?
Vergelijking met de gerechtelijke reorganisatie
In het kader van de gerechtelijke reorganisatie voorziet artikel XX.58 Wetboek Economisch Recht in een bijzondere bescherming voor financiering die lopende de procedure wordt verstrekt. Onder bepaalde voorwaarden kan deze financiering bij een later faillissement een (super)voorrangspositie genieten.
De huidige pre-packregeling bevat echter geen vergelijkbaar mechanisme. Dat verschil is juridisch en economisch relevant voor partijen die overwegen om in een pre-packcontext werkkapitaal, overbruggingskrediet of andere vormen van tussentijdse financiering te verstrekken.
Bij het structureren van transacties in distressed situations – waar liquiditeit, timing, zekerheden en biedingsmechanismen nauw op elkaar inspelen – verdient dit aspect dan ook bijzondere aandacht.
Europese ontwikkelingen
De Europese wetgever lijkt dit aandachtspunt alvast te onderkennen. Het recente EU-voorstel tot harmonisatie van het insolventierecht bepaalt namelijk dat lidstaten ervoor moeten zorgen dat tussentijdse financiering in pre-packprocedures bij voorrang wordt terugbetaald in de daaropvolgende insolventieprocedure.
Meer nog, het voorstel laat zelfs ruimte voor credit bidding. Dit zou het speelveld gelijktrekken en de kandidaat die zijn nek uitsteekt om de onderneming tussentijds te financieren, niet langer benadelen ten opzichte van zijn afwachtende concurrenten die hun cash op zak houden en later een hoger (contant) bod op tafel kunnen leggen.
Indien ook de Belgische wetgever deze principes zou doortrekken naar het ‘stil faillissement’, dan zou dat een game changer zijn voor de Belgische herstructureringspraktijk waar mechanismen zoals credit bidding toch nog steeds onbekende (en bijgevolg onbeminde?) concepten zijn.
***
Het volledige artikel leest u op Corporate Finance Lab: Cash is key, ook in pre-packs. Maar waar blijft het voorrecht? – Corporate Finance Lab