Hoofdelijke aansprakelijkheid voor schulden van medecontractanten
Op grond van artikel 30ter van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, zijn opdrachtgevers in bepaalde omstandigheden hoofdelijk aansprakelijk voor fiscale of sociale schulden van hun opdrachtnemers in de bouw-, schoonmaak-, vlees- en bewakingssector.
De invoering van de hoofdelijke aansprakelijkheid van opdrachtgevers voor schulden van hun (onder-)aannemers, evenals de verplichting tot het uitvoeren van de check inhoudingsplicht, kadert in het streven van de wetgever om sociale en fiscale fraude te bestrijden.
De check inhoudingsplicht om een verhoogde aansprakelijkheid te vermijden
Om deze aansprakelijkheid te vermijden, moet elke (publieke) opdrachtgever de Check Inhoudingsplicht uitvoeren. Concreet betekent dit het volgende: opdrachtgevers moeten bij de betaling van aannemers in een van de hierboven genoemde sectoren controleren of deze aannemer sociale of fiscale schulden heeft.
Deze controle gebeurt via Check inhoudingsplicht.
Als er inderdaad sprake is van sociale of fiscale schulden van de aannemer, dan zal de opdrachtgever een deel van het factuurbedrag niet aan de aannemer, maar aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ), resp. aan de FOD Financiën betalen:
- Voor sociale schulden geldt dat de opdrachtgever 35% (exclusief btw) van het factuurbedrag moet inhouden en doorstorten aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. De instructies voor het uitvoeren van betalingen aan de RSZ, zijn te vinden op de website van de RSZ: Homepagina Onderneming – Sociale zekerheid.
- Voor fiscale schulden geldt dat de opdrachtgever 15% (exclusief btw) van het factuurbedrag moet inhouden en doorstorten naar de FOD Financiën, meer bepaald aan de Algemene Administratie van de Inning en Invordering. Verdere betaalinstructies zijn te vinden op de website van de FOD Financiën: ‘Wat zijn mijn verplichtingen als ik een bedrag heb moeten inhouden?’ op de site van de FOD Financiën Nieuwe venster.
Ruime definitie van “opdrachtgever”
De verplichting van de inhoudingsplicht geldt voor alle opdrachtgevers, actief in de geviseerde sectoren.
De wet van 27 juni 1969 definieert een “opdrachtgever” als “eenieder die de opdracht geeft om tegen een prijs werken uit te voeren of te laten uitvoeren”. Onder deze ruime definitie vallen ook aanbestedende overheden.
In de betalingsflow van overheidsopdrachten, die zelf onderworpen is aan verificatie- en betalingstermijnen bedoeld in het KB Uitvoering van 14 januari 2013, zal de aanbesteder dus rekening moeten houden met de Check Inhoudingsplicht. De verplichting geldt bij de betaling van elke factuur, en de verificatie moet worden uitgevoerd op de dag van betaling.
De inhoudingsplicht is niet van toepassing op particulieren en geldt enkel voor professionelen.
Gevolgen van niet-naleving van de check inhoudingsplicht
Wanneer een opdrachtgever de inhoudingsplicht niet naleeft, kan dit financiële gevolgen hebben. Indien de opdrachtgever voorbijgaat aan bestaande sociale of fiscale schulden op datum van betaling van de factuur, en de aannemer dus toch volledig betaalt zonder gedeeltelijke inhouding, blijft hij alsnog gehouden tot doorstorting van de verschuldigde bedragen aan de RSZ, resp. de FOD Financiën.
De opdrachtnemer riskeert met name:
- Een administratieve geldboete gelijk aan het bedrag dat ingehouden had moeten worden;
- De hoofdelijke aansprakelijkheid voor de fiscale of sociale schuld in kwestie.
Een niet-naleving van de check inhoudingsplicht kan er met andere woorden voor zorgen dat de opdrachtnemer uiteindelijk méér dan tweemaal het volledige factuurbedrag zal betalen.
Verruiming van het toepassingsgebied in de loop van 2026
In de loop van 2026 wordt de draagwijdte van de inhoudingsplicht verruimd. Naast fiscale of sociale schulden, zal de inhoudingsplicht binnenkort ook gelden voor onbetaalde sociale bijdragen van zelfstandige aannemers.
Heeft de aannemer onbetaalde sociale bijdragen, dan moet de opdrachtnemer 15% van het factuurbedrag inhouden en door storten aan het Rijkinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ).
Er zijn enkele uitzonderingen voorzien op deze plicht tot inhouding en doorstorting van bedragen. Deze verplichting geldt met name niet wanneer:
- De totale schuld minder dan 2.647,00 EUR (zijnde het drempelbedrag voor 2026) is;
- De betalingstermijn voor sociale bijdragen nog niet vervallen is;
- De aannemer een afbetalingsplan heeft met het socialeverzekeringsfonds, en dit afbetalingsplan ook correct naleeft;
- De aannemer ook sociale of fiscale schulden heeft.
Meer informatie over de check inhoudingsplicht voor onbetaalde sociale bijdragen van zelfstandige aannemers is te vinden op de website van het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen: Inhoudingsplicht in het sociaal statuut van de zelfstandigen | RSVZ.
Conclusie & aandachtspunten
Opdrachtgevers actief in de sectoren waarop de inhoudingsplicht van toepassing is, doen er goed aan om bij betaling van elke factuur de Check Inhoudingsplicht uit te voeren.
Voor aanbestedende overheden geldt dat deze verplichting moet worden ingewerkt in de betalingsflow binnen de uitvoeringsbepalingen van een bestek of het KB Uitvoering.
Het is bovendien aan te bevelen om een bewijs bij te houden van de uitvoering van de inhoudingsplicht. Bij het uitvoeren van de controle op het daarvoor voorziene platform (Check inhoudingsplicht), kan een attest van consultatie aangemaakt worden. Een aandachtspunt hierbij is dat het attest alleen geldig is op de dag van de raadpleging.