Het systeem dat wordt gehanteerd is eenvoudig en pragmatisch. Het beschermt de consultaties met gekwalificeerde juristen. Het doel is te vermijden dat consultaties tegen het bedrijf zouden gebruikt worden in het kader van juridische of administratieve procedures.
Consultaties voor advies of juridische raad zijn vertrouwelijk als ze bedoeld zijn voor bedrijfsorganen of van een groep en opgesteld door een bedrijfsjurist met een master in de rechten die daarbij een opleiding over ethische regels heeft gevolgd.
Die consultaties worden geïdentificeerd door de vermelding ‘Vertrouwelijk – juridische consultatie – bedrijfsjurist’ en worden op een specifieke manier geklasseerd.
Ze mogen in het kader van een civiele, handels- of administratieve procedure niet in beslag worden genomen of aan een derde worden overgedragen, met inbegrip van een administratieve of buitenlandse instantie.
De vertrouwelijkheid is niet tegenstelbaar in strafrechtelijke en fiscale procedures.
2. Vóór de uitvaardiging werd de Franse wet voorgelegd aan het Grondwettelijk Hof die ze grondwettelijk heeft verklaard met twee voorbehouden van interpretatie. Het gaat om een besluit van het Grondwettelijk Hof nr. 2026-900 DC van 18 februari 2026. Deze voorbehouden maken integraal deel uit van de wet: de rechter moet de tekst toepassen zoals bedoeld door het Hof.
Het eerste voorbehoud gaat om toegang zonder fysiek bezoek.
Zoals ze is opgesteld, voorziet de wet niet in een ad-hocprocedure (commissaris voor justitie, verzegeld, rechterlijke toetsing) zoals die bestaat bij een fysiek bezoek in de lokalen. Het Hof heeft verduidelijkt dat dit niet genoeg is. Wanneer een autoriteit schriftelijk een aanvraag indient en het bedrijf weigert, moet dezelfde rechterlijke toetsing mogelijk zijn. De autoriteit kan dus de juge des libertés et de la détention (JLD, rechter van vrijheid en opsluiting) inroepen, die een commissaris van justitie kan aanwijzen. Zonder dit voorbehoud kan het bedrijf elk schriftelijk verzoek blokkeren zonder dat er een beroep kan ingesteld worden.
Het tweede voorbehoud gaat over fraudegevallen. Het Hof heeft verduidelijkt dat de rechter de vertrouwelijkheid kan opheffen als de consultatie zo werd opgesteld of gebruikt om fraude te vergemakkelijken of verdoezelen. De bescherming omvat dus geen misbruik: degene die ze inroept voor documenten uit een frauduleuze constructie kan er zich niet op beroepen.
3. Wat zijn de belangrijke verschillen tussen het Franse en Belgische regime?
Schematisch kunnen we zeven verschillen aanwijzen:
1. Het instituut:
In België is er de wet van 1 maart 2000 tot oprichting van een Instituut voor bedrijfsjuristen (IBJ), een professionele orde met een rechtspersoonlijkheid. Er werden eigen disciplinaire instanties gecreëerd. Als hij niet is aangesloten bij de IBJ, kan de jurist geen beroep doen op de bescherming en kan hij de beschermde titel ‘bedrijfsjurist’ niet voeren.
In Frankrijk richt de wet 2026/122 van 23 februari 2026 geen instantie op. Ze verwijst naar een commissie en naar een ministerieel besluit die nog moeten worden opgesteld. De association française des juristes d’entreprise (AFJE, Franse vereniging voor bedrijfsjuristen) is een vrijwillige vereniging zonder enige wettelijke macht.
2. Toelatingsvoorwaarden:
In België is de regel eenvoudig: elke jurist die is ingeschreven bij het IBJ is beschermd voor al zijn adviezen.
In Frankrijk moet elke individuele consultatie aan cumulatieve voorwaarden voldoen. Als er niet voldaan wordt aan één van de voorwaarden is het hele document niet beschermd.
Diploma: beide landen vereisen een diploma in de rechten. In Frankrijk geldt er een overgangsmaatregel: een jurist met enkel een ‘maîtrise’ met minimaal 8 jaar ervaring in een juridische dienst wordt gelijkgesteld aan een jurist met een masterdiploma.
Ethische opleiding: in België is voortdurende bijscholing verplicht door het IBJ. In Frankrijk voorziet de wet in een eenmalige ethische opleiding – maar er is nog geen referentie, commissie en opleiding. Er is ook geen orgaan aangewezen dat de opleiding organiseert. De enige zekerheid is dat de kosten worden vergoed door de werkgever.
Teamleden: in België is enkel het lid van het IBJ beschermd. In Frankrijk is de bescherming ook uitdrukkelijk van toepassing op leden van het team dat werkt onder het gezag van de bedrijfsjurist, op voorwaarde dat zij zelf ook voldoen aan de diplomavereiste en de vereiste voor de opleiding van ethische regels.
3. Wat er beschermd is:
In België is er brede bescherming. Ze dekt niet enkel de finale consultatie, maar ook alles wat eraan verbonden is bij het bedrijf: de e-mail van een leidinggevende van een bedrijf die om advies vraagt, het antwoord van de jurist, de voorontwerpen en de voorbereidende documenten. De hele interne communicatie wordt beschermd en er mag geen beslag op worden gelegd bij een huiszoeking en controle.
In Frankrijk is de bescherming strikter. Enkel de finale consultatie is beschermd en enkel als ze voldoet aan drie bijkomende formele voorwaarden: ze moet een gegronde juridische analyse zijn gebaseerd op een rechtsregel (een eenvoudige interne nota of een verslag is niet beschermd), ze moet de vermelding ‘Vertrouwelijk – juridische consultatie – bedrijfsjurist’ krijgen en ze moet het onderwerp zijn van een aparte klassering in bedrijfsdossiers. Intern mailverkeer en voorbereidende documenten zijn niet beschermd.
4. Draagwijdte van de bescherming:
In beide landen is de consultatie beschermd in burgerlijke, commerciële en administratieve procedures: er mag geen beslag op worden gelegd en ze mag niet als bewijs worden gebruikt. Ze is niet beschermd in strafrechtelijke procedures bij een inbreuk. De situaties verschillen op fiscaal vlak: in België wordt de kwestie betwist en is ze onzeker – de fiscale administratie is tegen deze bescherming.
In Frankrijk wordt de niet-tegenstelbaarheid uitdrukkelijk bepaald in de wet De autoriteiten van de Europese Unie worden ook in beide landen uitgesloten.
5. Procedure in het geval van betwisting:
In België wordt er geen specifieke procedure voorzien door de wet. Wanneer een autoriteit een document opvraagt dat de jurist als vertrouwelijk beschouwt, kan het bedrijf dit via een reguliere gerechtelijke procedure betwisten.
In Frankrijk is de procedure wettelijk omkaderd. Het document kan enkel worden verkregen door een commisaris voor justitie die het onmiddellijk verzegelt en bewaart in zijn kantoor. De partij die het betwist heeft twee weken om zich tot de bevoegde rechter te wenden: in burgerlijke en commerciële geschillen in kort geding de voorzitter van de rechtbank; in administratieve procedures de JLD. Die rechter opent het zegel, luistert naar de partijen en beslist. Er kan in beroep worden gegaan bij de eerste voorzitter van het Hof van beroep binnen de drie maanden. Het bedrijf moet worden bijgestaan door een advocaat. De JLD kan ook worden ingeroepen bij een weigering na een schriftelijke aanvraag, zonder voorafgaand fysiek bezoek.
6. Discipline en sancties:
In België beschikt het IBJ over een volledig disciplinair systeem dat wettelijk is bepaald (waarschuwing, berisping, schorsing, schrapping) met de mogelijkheid tot beroep en hogere voorziening in cassatie.
In Frankrijk is er geen disciplinair orgaan. De enige voorziene sanctie is strafrechtelijk: als iemand frauduleus misbruik maakt van de verplichte vermelding op een gewoon document, loopt die risico op één jaar gevangenisstraf en 15.000 euro boete.
7. Inwerkingtreding:
De Belgische wet trad in werking in 2000 en werd uitgebreid in 2023. De Franse wet is nog niet in werking getreden. Ze treedt uiterlijk 1 februari 2027 in werking, na de goedkeuring van de drie uitvoeringsbepalingen (uitvoeringsbesluit, besluit over de oppositie van de commissie, ministerieel besluit tot vaststelling van het referentiekader voor de ethische opleiding). De regering moet binnen een termijn van drie jaar een evaluatieverslag indienen bij het parlement.
In zijn beslissing herinnert het Grondwettelijke Hof eraan ‘met het vaststellen van deze bepalingen heeft de wetgever beoogd de leidinggevende organen van bedrijven in staat te stellen gebruik te maken van intern juridisch advies dat hen helpt te voldoen aan de voor hen geldende wettelijke voorschriften. Hiermee werd een doel van algemeen belang nagestreefd’.