Opgelet: inhoudingsplicht uitgebreid naar sociale schulden van zelfstandigen

Vanaf 2026 wordt de bestaande inhoudingsplicht verder uitgebreid. Naast fiscale en RSZ-schulden zal een opdrachtgever in bepaalde gevallen ook rekening moeten houden met (onder)aannemers die sociale schulden in het zelfstandigenstatuut hebben.

Concreet betekent dit dat een opdrachtgever vóór betaling van een factuur via de website ‘Check Inhoudingsplicht’ ook moet nagaan of zijn/haar betrokken (onder)aannemer geregistreerd staat met sociale schulden bij het RSVZ (Rijksinstituut voor de Sociale Verzekering der Zelfstandigen). Is dat het geval, dan moet 15% van het factuurbedrag (exclusief btw) worden ingehouden en doorgestort aan het RSVZ.

Voor wie geldt de inhoudingsplicht?

De inhoudingsplicht geldt voor opdrachtgevers, aannemers en onderaannemers die actief zijn in de bouw- en schoonmaaksector en werken in onroerende staat laten uitvoeren. Particulieren die werken uitsluitend voor privédoeleinden laten uitvoeren, vallen buiten het toepassingsgebied.

 

Vanaf wanneer geldt de inhoudingsplicht?

De invoering van deze bijkomende inhoudingsplicht was oorspronkelijk voorzien op 1 januari 2026, maar werd uitgesteld naar 1 oktober 2026. Aangezien het RSVZ na de vaststelling van een sociale schuld eerst de betrokken (onder)aannemer moet verwittigen en gedurende vijftien kalenderdagen de mogelijkheid bieden om de schuld te regulariseren, zullen de eerste inhoudingen in de praktijk pas vanaf 30 oktober 2026 op facturen moeten worden toegepast.

 

Welk bedrag dient te worden ingehouden?

Wanneer een inhoudingsplicht van toepassing is, moet de opdrachtgever 15% van het factuurbedrag (excl. btw) inhouden en doorstorten aan het RSVZ.

 

Over welke schulden gaat het?

De inhoudingsplicht viseert sociale schulden binnen het sociaal statuut van de zelfstandigen. Het gaat daarbij om schulden van natuurlijke personen die in België een beroepsactiviteit uitoefenen zonder door een arbeidsovereenkomst of door een statuut verbonden te zijn en omvatten onder meer:

  • Opeisbare sociale bijdragen van zelfstandigen, inclusief verhogingen en andere aanhorigheden;
  • Administratieve geldboeten wegens niet-naleving van de inschrijvingsverplichting in de KBO of wegens niet-naleving van de inhoudingsplicht;
  • Bedragen verschuldigd in het kader van een hoofdelijke aansprakelijkheid;
  • De jaarlijkse vennootschapsbijdrage en de daarop betrekking hebbende aanhorigheden.

Niet alle schulden leiden automatisch tot een inhoudingsplicht. Zo geldt deze niet wanneer de totale sociale schuld een wettelijk bepaalde drempel niet overschrijdt (voor 2026: 2.647,00 EUR), wanneer de betalingstermijn nog niet verstreken is of wanneer de schuld correct wordt afgelost volgens een afbetalingsplan.

 

Sanctie bij niet-naleving

Een opdrachtgever die de inhoudingsplicht niet naleeft, riskeert een administratieve geldboete van 15% van het factuurbedrag (met een wettelijk plafond van 10.578,23 EUR voor 2026). Bij herhaling wordt deze sanctie verdubbeld en geldt geen maximumbedrag meer.

Ondernemingen die een dergelijke boete onbetaald laten, riskeren bovendien dat zij zelf als schuldenaar worden geregistreerd en daardoor op de website ‘Check Inhoudingsplicht’ in het rood verschijnen. Daardoor kunnen hun eigen opdrachtgevers op hun beurt verplicht worden inhoudingen toe te passen op facturen.

Dit artikel werd geschreven door

Op zoek naar advies rond een bepaald onderwerp?

We begeleiden je naar de juiste persoon of team.