Nieuwe fiscale verplichtingen voor exploitanten van digitale platformen!

Via een recent ingediend wetsontwerp maakt de regering werk van de omzetting van Richtlijn (EU) 2021/514 van de Raad van 22 maart 2021 tot wijziging van Richtlijn 2011/16 (EU) betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van belastingen (of beter gekend als DAC7). Deze richtlijn voorziet in een uitgebreide rapporteringsverplichting voor exploitanten van digitale samenwerkingsplatformen. De naleving van deze verplichtingen wordt afgedwongen via strenge sancties. De bestaande rapporteringsverplichtingen zullen vervangen worden. Wat zijn nu de gevolgen?

De bestaande rapporteringsverplichting

Exploitanten van digitale samenwerkingsplatformen zijn momenteel al gehouden tot een fiscale rapporterings- en informatieplicht (cf. art. 321quater WIB92). Zo moeten zijn:

  • Gebruikers (nl. de dienstverleners) informeren over hun fiscale en sociale verplichtingen bij de totstandkoming van een overeenkomst via het platform;
  • Een fiscale fiche verzenden aan de dienstverlener en de fiscus met o.a. de inkomsten die men heeft behaald via het platform. Deze fiche moet uiterlijk op 31 maart van het jaar volgend op het jaar waarvoor de informatie wordt verstrekt, via elektronische weg verzonden worden.

Via deze rapporteringsverplichting krijgt de fiscus zicht op de inkomsten die dienstverleners via digitale samenwerkingsplatformen verkrijgen. Maar er rust een belangrijke verantwoordelijkheid bij de exploitant van het platform, die via een due diligence-procedure de benodigde inlichtingen over de gebruiker moet verzamelen.

 

Initiatief op Europees niveau (DAC7)

De bestaande rapporteringsverplichting werd destijds ingevoerd als voorbode op de omzetting van DAC7. En via een wetsontwerp wordt hier nu werk van gemaakt (zie DOC55 3000/001).

De vernieuwde regeling zal evenwel ruimer zijn en meer exploitanten van digitale samenwerkingsplatformen treffen. De nieuwe regeling geldt bovendien vanaf 1 januari 2023 en wordt afgedwongen via strenge sancties.

 

Wat is een digitaal samenwerkingsplatform?

Exploitanten van digitale samenwerkingsplatformen worden geviseerd door de verruimde rapporteringsverplichting.

Een digitaal samenwerkingsplatform is zeer ruim. Dit omvat “elke software, met inbegrip van een website of onderdeel daarvan en toepassingen waaronder mobiele toepassingen, die toegankelijk zijn voor gebruikers en waardoor verkopers in staat worden gesteld verbonden te zijn met andere gebruikers voor het verrichten van een relevante activiteit, direct of indirect, ten behoeve van dergelijke andere gebruikers. Daaronder betrepen zijn ook alle regelingen voor de inning en betaling van een tegenprestatie met betrekking tot de relevante activiteit”.

De relevante activiteiten omvatten:

  • De verhuur van onroerende goederen
  • Het leveren van persoonlijke diensten
  • De verkoop van goederen
  • De verhuur van transportmiddelen.

De geviseerde activiteiten zijn dus ruimer dan onder de bestaande rapporteringsverplichting (zo worden ook verkopen van goederen geviseerd).

Zodra het platform (of software) het mogelijk maakt om gebruikers in contact te brengen met verkopers om diensten of goederen te verkopen/verhuren, zal er sprake zijn van een digitaal samenwerkingsplatform, zoals bijvoorbeeld platformen voor freelancers, verhuur van vakantiewoningen, organisatie van bijlessen, 2de-hands websites…

Er gelden wel enkele uitsluitingen. Indien het platform (i) enkel betalingen uitvoert, (ii) louter relevante activiteiten aanbiedt of adverteert of (iii) gebruikers doorverwijst of overbrengt naar een platform, kwalificeert het niet als een digitaal samenwerkingsplatform. Maar dit geldt enkel als de software zonder verdere interventie voormelde activiteit mogelijk maakt. En dit wordt heel strikt geïnterpreteerd.

Zo zal bijvoorbeeld een zoekertjeswebsite in principe niet onder de rapporteringsplicht vallen, omdat men louter de relevante activiteit adverteert. Maar als de zoekertjeswebsite ook een chatfunctie aanbiedt, zal er een aanvullende dienst verstrekt worden en zal de rapporteringsverplichting wel gelden.

Er zullen daarnaast ook specifieke uitsluitingen gelden (bijv. als er geen te rapporteren verkopers zijn, omdat men minder dan 30 prestaties heeft geleverd voor een bedrag van maximaal 2.000 EUR of omdat de verkoper een entiteit is met meer dan 2.000 verhuuractiviteiten, of omdat een andere exploitant reeds heeft gerapporteerd).

De Memorie van Toelichting bepaalt overigens dat de fiscus het handelsmodel van het platform zal beoordelen om na te gaan of er sprake is van een digitaal samenwerkingsplatform.

 

Verplichtingen voor de exploitant van een digitaal samenwerkingsplatform

De exploitant van een digitaal samenwerkingsplatform zal specifieke verplichtingen moeten vervullen.

Vooreerst zal de exploitant van het digitaal samenwerkingsplatform een nauwgezette due diligence-procedure moeten uitvoeren. Er zal persoonlijke informatie van de verkopers (zowel natuurlijke personen als rechtspersonen) moeten worden verzameld, zoals de naam, het adres, geboortedatum, KBO-nummer, handelsnaam…. Als de activiteit betrekking heeft op de verhuur van onroerende goederen zal er ook informatie m.b.t. de onroerende goederen moeten worden verzameld (adres en eventueel kadastergegevens).

Deze due diligence-procedure moet uiterlijk op 31 december van de rapporteringsperiode worden afgerond. Voor verkopers die reeds voor 1 januari 2023 op het platform waren geregistreerd, moet deze procedure uiterlijk op 31 december van de 2de rapporteringsperiode gebeuren.

Als de verkoper de inlichtingen niet bezorgt aan de exploitant van het platform nadat 2 aanmaningen zijn verzonden, is de exploitant verplicht om de rekening van de verkoper af te sluiten en moet men voorkomen dat de verkoper zich opnieuw zou registreren. Eventuele betalingen moeten worden ingehouden door de exploitant zolang de gevraagde inlichtingen niet zijn bezorgd.

Daarnaast moet de exploitant uiterlijk op 31 januari van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarvoor men een verkoper was, gedetailleerde informatie bezorgen aan de fiscus en aan de verkoper. Er zullen inlichtingen m.b.t. het platform moeten worden gedeeld, als m.b.t. de verkoper. Dit omvat zowel de identificatiegegevens als de informatie m.b.t. de financiële rekening, het totaalbedrag van de tegenprestaties, kosten, aantal dagen waarop het onroerend goed werd verhuurd etc.

De exploitant van een digitaal samenwerkingsplatform die niet gevestigd of bestuurd wordt vanuit de EU, moet zich ook laten registreren. Vervolgens zal de exploitant een individueel identificatienummer krijgen. Deze registratie kan ook herroepen worden als de exploitant niet aan de rapporteringsverplichtingen voldoet.

 

Strenge sancties

Als een exploitant van een digitaal samenwerkingsplatform deze verplichting niet nakomt, gelden er strenge sancties.

Zo zal een administratieve boete van 25.000 EUR worden opgelegd als men zich niet laat registreren als niet-EU exploitant van een platform. Bij opeenvolgende toepassing wordt de boete verhoogd met 50%. Als de registratie is ingetrokken en de activiteit wordt toch verdergezet, riskeert men een boete van 50.000 EUR.

Het meedelen van onvolledige inlichtingen door de exploitant wordt bestraft met een boete van 1.250 EUR tot 12.500 EUR. Deze boetes worden verdubbeld in het geval van fraude. Als de inlichtingen niet of laattijdig zouden worden ingediend, bedraagt de boete 2.500 EUR tot 25.000 EUR (opnieuw met een verdubbeling in het geval van kwade trouw).

Tot slot kan er ook een activiteitsverbod worden opgelegd.

 

Internationale uitwisseling

De inlichtingen die aan de fiscus moeten worden meegedeeld, zullen bovendien ook internationaal worden uitgewisseld.

De wet voorziet trouwens ook in een uitbreiding van de administratieve samenwerking.

 

Key takeaway

Ondernemingen die via een digitaal platform kopers en verkopers samenbrengen met het oog op het verlenen van diensten of verkopen van goederen, zullen voortaan moeten voldoen aan een strikte rapporteringsverplichting.

Zij zullen specifieke informatie m.b.t. de verkopers moeten verzamelen en jaarlijks bezorgen aan de fiscus. Men zal nauwgezette due diligence-procedures moeten invoeren.

Als deze verplichtingen niet of onvolledig zouden worden nageleefd, riskeert men aanzienlijke geldboetes.

Ondernemingen moeten dus zorgvuldig nagaan of zij kwalificeren als een exploitant van een digitaal samenwerkingsplatform, zoals bijv. platformen voor de verhuur van (vakantie)woningen, organisatie van bijlessen, 2de-handswebsites, freelancers…, en nagaan welke verplichtingen moeten worden nageleefd.

 

Heeft u vragen? Aarzel niet om Luk Cassimon (0472/467.847 of luk.cassimon@monardlaw.be) of uw gewoonlijke Monard Law-contactpersoon aan te spreken.

Dit artikel werd geschreven door

Op zoek naar advies rond een bepaald onderwerp?

We begeleiden je naar de juiste persoon of team.