Intussen heeft het Vlaams Parlement daad bij woord gevoegd en is er een nieuw decreet aangenomen: het decreet van 21 november 2025 tot wijziging van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, wat het vermijden van een belangenconflict betreft bij omgevingsvergunningen die door een gemeente of provincie zijn aangevraagd.
Het Vlaams Parlement heeft gekozen voor wat het omschrijft als een eenvoudige en duidelijke bevoegdheidsescalatie. Concreet betekent dit dat alle gemeentelijke dossiers waaraan een milieueffectenrapport of een project-MER-screening is gekoppeld, worden overgeheveld naar de deputatie. Provinciale dossiers waarin dit het geval is, gaan voortaan naar de Vlaamse Regering. Die overheveling geldt ook wanneer het college van burgemeester en schepenen of de deputatie (feitelijk) medeaanvrager is van het project.
Ook over de temporele toepassing van deze decreetswijziging schept het Vlaams Parlement duidelijkheid. In eerdere berichtgeving hebben wij gewezen op de voorlopige aanpak die het Departement Omgeving na het vernietigingsarrest had aanbevolen, met name het ambtshalve doorvoeren van de bevoegdheidsescalatie. Hoewel deze aanpak aansloot bij de Europese regelgeving en belangenconflicten hielp vermijden, bleef zij juridisch kwetsbaar zolang er geen decretale verankering bestond. Om die reden heeft de decreetgever gekozen voor een retroactieve werking van de wijziging vanaf 19 september 2025, voornamelijk om rechtsonzekerheid te voorkomen.
De decreetswijziging verduidelijkt daarmee de impact van het arrest van het Grondwettelijk Hof en welke beslissingen daardoor op de helling komen te staan:
- Het vernietigingsarrest tast de wettigheid aan van vergunningen die met toepassing van het vernietigde artikel zijn verleend. Deze vergunningen blijven bestaan en verdwijnen niet van rechtswege, maar zijn wel behept met een gebrek.
- Artikel 18 van de Bijzondere Wet op het Grondwettelijk Hof bepaalt dat een nieuwe beroepstermijn van zes maanden begint te lopen vanaf de publicatie van het vernietigingsarrest in het Belgisch Staatsblad, met name op 14 oktober 2025. Voor vergunningen die (geheel of gedeeltelijk) steunen op het vernietigde artikel kan die bijkomende beroepstermijn van toepassing zijn. Dit betekent dat voor beslissingen genomen tussen 20 mei 2024 en 14 oktober 2025 opnieuw administratief of jurisdictioneel beroep kan worden ingesteld, en dit binnen een termijn van zes maanden.